Reportage

HomeInfoReportage

Nachtopvang voor ongedocumenteerden “Toevlucht” gaat vierde winter in

Met hoeveel ze zijn weet niemand precies, maar volgens informatie van nachtopvang Toevlucht zijn ze met vier- of vijfduizend in Utrecht: ongedocumenteerde vluchtelingen, ook wel illegalen genoemd. Toevlucht startte in december 2013 “onder protest!”. Hoe is het nu?

Door Geke van Wijnen, december 2016

De mannen die in Toevlucht de nacht doorbrengen zijn vanaf acht uur ’s avonds welkom. Overdag is een deel van hen samen in andere opvangcentra in Utrecht, want “dat is goed tegen de eenzaamheid”. ’s Avonds komen ze hier slapen, simpelweg omdat ze anders een bankje in een park moeten zoeken. Toevlucht startte in december 2013 onder protest. De initiatiefnemers vonden dat het de taak van de overheid was om ongedocumenteerde vluchtelingen ‘bed, bad en brood’ te bieden. Het zou een tijdelijke oplossing zijn, maar Toevlucht gaat nu al de vierde winter in. Inmiddels wel met steun van de gemeente.

“Ze geloven mij niet”

In 2015 berichtte de stichting Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt (LOS) dat het grootste deel ‘illegalen’ ooit tevergeefs asiel heeft aangevraagd en daarna niet is teruggekeerd naar het thuisland. Tesfalem uit Eritrea vertelt: “Ik heb een week geleden negatief gekregen van de IND [Immigratie- en Naturalisatiedienst, red.]. Om politieke redenen kan ik niet terug naar mijn land, maar ze geloven mij niet.” Op vragen over de toekomst, zegt hij: “Ik ben tegen het besluit in beroep gegaan. Ik moet op die beslissing twintig dagen wachten, maar in die tijd heb ik geen recht meer op opvang of eten. Daarom ben ik nu hier.” De achtergrond van de mannen is divers. Een oudgediende in Toevlucht is Poghos, die er al sinds 2013 komt. In Armenië studeerde hij engineering, daarna moest hij het leger in. Praten over de toekomst is pijnlijk voor hem: zijn gezicht vertrekt, hij slaat zijn ogen neer. Na een korte stilte zegt hij in gebroken Nederlands: “De situatie is moeilijk”.

Toekomstmogelijkheden

Poghos is één van de weinigen die zo lang in Toevlucht verblijft. Het doel is kortdurende opvang, een tussenstap in de zoektocht naar nieuwe toekomstmogelijkheden. In 2015 was ongeveer twaalf procent van de mannen langer dan een jaar te gast bij Toevlucht. De meesten verblijven korter dan drie maanden in de opvang. Daarna stromen ze door naar andere opvanglocaties of zoeken zelf iets anders.

Bel, bed en boterham

Tegen elf uur, het tijdstip dat iedereen binnen moet zijn, klinkt de bel van de voordeur nog een paar keer. De laatste mannen lopen de geïmproviseerde woonkamer binnen, eten iets, praten en lachen. Anderen verdwijnen richting een van de slaapkamers verderop in de gang. “Ik wek ze in de ochtend om tien over zeven”, vertelt vrijwilliger Annemiek. “Dan kunnen ze nog een boterham eten of er een meenemen. Om kwart over acht moeten we het gebouw uit zijn, maar vaak wordt het wel wat later. Eigenlijk kan dat niet, ik moet ook gewoon naar mijn werk.”

Om veiligheidsredenen zijn de namen van de vluchtelingen in dit artikel gefingeerd.